ECLI:NL:RVS:2006:AV0968
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- P. Klein
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing toevoeging rechtsbijstand wegens onjuiste kwalificatie SUWAS II-uitkering
Het bureau rechtsbijstandvoorziening van de raad voor rechtsbijstand te Leeuwarden wees het verzoek van verzoekster om een toevoeging op grond van de Wet op de rechtsbijstand af. Verzoekster stelde administratief beroep in, waarop het bureau de beslissing herzag maar het beroep alsnog ongegrond verklaarde. De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep van verzoekster gegrond en vernietigde de bestreden beslissing.
De raad voor rechtsbijstand stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank buiten de omvang van het geschil was getreden door de SUWAS II-uitkering als vakantiegelduitkering te kwalificeren, terwijl dit tussen partijen niet in geschil was. Verzoekster had dit punt niet aangevoerd in haar beroepschrift.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep bij de rechtbank ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 1 februari 2006.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep bij de rechtbank ongegrond verklaard.