ECLI:NL:RVS:2006:AV0950
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.E.M. Polak
- J.H. Roelfsema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing voorlopige voorziening bouwvergunning tijdelijke supermarkt Geertruidenberg
Bij besluit van 28 juni 2005 verleende het college van burgemeester en wethouders van Geertruidenberg een bouwvergunning en vrijstelling op grond van artikel 17 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening aan een verzoekster voor de tijdelijke vestiging van een Edah-supermarkt. Tegen dit besluit maakten meerdere partijen, waaronder C1000 en aanverwante vennootschappen, bezwaar en beroep.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Breda verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit op bezwaar en schorste het besluit van 28 juni 2005 als voorlopige voorziening. Zowel verzoekster als het college verzochten de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om deze voorlopige voorziening op te heffen.
De Voorzitter oordeelde dat de vraag of de tijdelijke vrijstelling terecht is verleend niet geschikt is voor beantwoording in een voorlopige voorzieningprocedure, mede vanwege de aanzienlijke uitbreiding van de verkoopvloeroppervlakte. Gezien de spoedige behandeling van de bodemzaak zag de Voorzitter geen reden om de voorlopige voorziening op te heffen en wees de verzoeken af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 26 januari 2006 door Voorzitter J.E.M. Polak, in aanwezigheid van ambtenaar van Staat J.H. Roelfsema.
Uitkomst: De Voorzitter wijst het verzoek tot opheffing van de voorlopige voorziening af, waardoor de bouwvergunning voorlopig geschorst blijft.