ECLI:NL:RVS:2006:AV0905
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- P. Klein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring bezwaar tegen niet-toelaatbare reclame op hoekpand in Amsterdam Oud Zuid
Het dagelijks bestuur van stadsdeel Amsterdam Oud Zuid heeft besloten dat de door appellante gemelde reclame op een perceel in Amsterdam niet toelaatbaar is omdat deze ontsierend is voor het stadsbeeld en in strijd met de Beleidsregels Reclame Amsterdam Oud Zuid 2001. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat de hoofdtoegang van het hoekpand niet uitsluitend aan de Ceintuurbaan ligt en dat reclame aan beide zijden toegestaan zou moeten zijn. Tevens voerde zij aan dat de plaatsingseis onder de eerste verdieping onredelijk is en dat het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel haar in haar belangen zouden moeten beschermen. Verder stelde zij dat het advies van de Commissie voor Welstand en Monumenten niet correct was toegepast.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het dagelijks bestuur zich terecht op het standpunt stelde dat slechts één reclamebord aan de zijde van de Ceintuurbaan toelaatbaar is, mede gelet op de adresgegevens. Het bord was onjuist geplaatst boven de toegestane hoogte. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel faalde omdat er geen bijzondere omstandigheden waren en stadsdelen eigen beleid mogen voeren. Het advies van de Commissie mocht worden meegewogen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante tegen het besluit dat haar reclame niet toelaatbaar is, wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.