ECLI:NL:RVS:2006:AV0753
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- H.G. Lubberdink
- M.A.A. Mondt Schouten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na ongegrond verklaard hoger beroep
Appellanten hebben bij afzonderlijke besluiten van 29 juni 2004 een verzoek ingediend om een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, welke door de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie zijn afgewezen. De rechtbank 's Gravenhage, nevenzittingsplaats Leeuwarden, heeft bij uitspraak van 7 juli 2005 deze beroepen ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben appellanten hoger beroep ingesteld bij de Raad van State. Tijdens het hoger beroep is een verklaring van het Ministerie van Binnenlandse Zaken van Afghanistan overgelegd, welke echter voor het eerst in hoger beroep werd ingebracht. Er is geen aannemelijk gemaakt dat deze verklaring niet eerder kon worden ingebracht, waardoor deze niet als een geldige grief kan worden aangemerkt.
De Raad van State oordeelt dat de aangevoerde grieven niet leiden tot vernietiging van de uitspraak en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.