Uitspraak
200503241/1, faalt het betoog van appellant dat de rechtbank heeft miskend dat artikel 7a.1 van de bouwverordening Zwolle 1999 (hierna: de bouwverordening) verbindende kracht mist. Ditzelfde geldt voor het betoog van appellant dat het college bij de toepassing van dit artikel ten onrechte het aantal verblijfsruimten en niet het aantal kamers bepalend heeft geacht en daarbij de keuken als verblijfsruimte heeft aangemerkt.
200503242/1is overwogen ten aanzien van de - met de hier aan de orde zijnde vergelijkbare - aanschrijving tot het treffen van voorzieningen aan het pand [locatie] en de daarbij opgelegde last onder dwangsom, volgt dat hetgeen appellant tegen de aangevallen uitspraak heeft aangevoerd niet kan leiden tot het daarmee beoogde doel. Appellant heeft immers in zijn hoger beroep tegen de thans aangevallen uitspraak dezelfde gronden aangevoerd als in het hoger beroep waarop bij de vorenbedoelde uitspraak is beslist.
200503242/1over het daar aan de orde zijnde besluit van 14 maart 2005 is overwogen, welk besluit van gelijke inhoud en strekking is als het hier aan de orde zijnde besluit van die datum, is het beroep daartegen ongegrond.