ECLI:NL:RVS:2006:AV0285
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- P.A. Offers
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herstel bevoegdheid tot uitoefening van de tandheelkunde na ontzegging
Appellant verzocht bij de Ministers om een voordracht voor een koninklijk besluit tot herstel van zijn bevoegdheid tot het uitoefenen van de tandheelkunde, die hem in 1989 was ontzegd vanwege tuchtrechtelijke maatregel. Dit verzoek werd in 2002 afgewezen en het bezwaar daartegen in 2003 ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten eveneens ongegrond in januari 2005.
Appellant stelde in hoger beroep dat er bijzondere omstandigheden waren, waaronder gewijzigde inzichten in de tandheelkunde sinds 1990, die herstel rechtvaardigen. De Raad van State overwoog dat het verzoek om herstel niet leidt tot heropening van de oorspronkelijke tuchtprocedure en dat alleen tussentijds ingetreden bijzondere omstandigheden kunnen leiden tot herstel. De aangevoerde argumenten van appellant betroffen grotendeels kritiek op de oorspronkelijke maatregel en waren daarmee niet relevant.
De Raad van State concludeerde dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er zodanige bijzondere omstandigheden zijn die herstel rechtvaardigen. Ook het feit dat de maatregel al ruim vijftien jaar duurt en dat appellant onder toezicht werkzaam is, rechtvaardigt geen ander oordeel. De Afdeling bevestigt daarom het eerdere oordeel en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van het verzoek tot herstel van de bevoegdheid wordt bevestigd.