ECLI:NL:RVS:2006:AV0278
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwvergunning ondanks bezwaar over parkeerplaatsen en tekeningen
Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven verleende op 9 oktober 2002 een bouwvergunning voor het verbouwen van een woning tot kantoor. Appellant maakte bezwaar tegen deze vergunning, stellende dat de verklaring van geen bezwaar onjuist was omdat twee openbare parkeerplaatsen op de tekeningen ontbraken, wat parkeeroverlast zou veroorzaken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat niet voldoende aannemelijk was gemaakt dat twee parkeerplaatsen zouden verdwijnen. Appellant stelde dat de rechtbank ten onrechte geen onderzoek ter plaatse had verricht en dat het college vervalste plattegronden had ingediend.
De Raad van State oordeelde dat het verzoek om onderzoek ter plaatse een discretionaire bevoegdheid van de rechtbank is en dat er geen plicht was dit te honoreren. Ook was gebleken dat het college de juiste tekening had verstrekt aan gedeputeerde staten, die daarop de verklaring van geen bezwaar had afgegeven. De procedure richtte zich uitsluitend op de verleende vergunning, niet op afwijkingen bij de uitvoering. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.