ECLI:NL:RVS:2006:AV0277
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluiten tegen illegale reclameborden in Amsterdam Oud Zuid
Het dagelijks bestuur van stadsdeel Amsterdam Oud Zuid heeft op 2 juli 2002 vier besluiten genomen waarin appellant werd gelast illegale reclameborden op panden in Amsterdam te verwijderen. Deze borden waren zonder de vereiste bouwvergunning geplaatst. Het bestuur wijzigde later de begunstigingstermijn tot negen maanden en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant stelde dat het bestuur niet bevoegd was tot handhaving en dat de borden al jarenlang aanwezig waren, maar de Raad van State oordeelde dat het bestuur wel bevoegd was en dat langdurige aanwezigheid geen rechtsverwerking oplevert. Het bestuur handhaafde op basis van beleidsregels die zijn vastgesteld ter bescherming van het stadsbeeld, en de Raad verwierp het betoog dat deze regels niet mochten worden toegepast. Ook de vermeende ondeugdelijkheid van welstandsadviezen en het belang van appellant bij behoud van de borden werden verworpen.
De Raad concludeerde dat er geen bijzondere omstandigheden waren om af te zien van handhaving en dat de begunstigingstermijn niet onredelijk was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.