ECLI:NL:RVS:2006:AV0271
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bouwvergunning garage in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Bergschenhoek heeft op 3 maart 2004 geweigerd een vrijstelling en bouwvergunning te verlenen voor het oprichten van een garage op een perceel met de bestemming 'Wandel- en speelbos'. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze weigering, maar de rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat het college onvoldoende had gemotiveerd en dat de belangenafweging onjuist was. Tevens voerde appellant aan dat het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel waren geschonden. De Raad van State oordeelde dat het college wel degelijk inhoudelijk op de bezwaren was ingegaan, onder meer door aansluiting te zoeken bij een stedenbouwkundig advies dat ook de omgeving betrok.
De Raad stelde vast dat het bouwplan een aanzienlijk groter ruimtelijk effect heeft dan de eerder aanwezige kleine schuurtjes, en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen concrete toezeggingen waren gedaan. Ook het gelijkheidsbeginsel faalde omdat vergelijkbare situaties ontbraken. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van vrijstelling en bouwvergunning bevestigd.