Uitspraak
200301652/1heeft de rechtbank dan ook terecht overwogen dat het college de gevraagde vrijstelling in redelijkheid kon weigeren.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Heeze-Leende verleende aanvankelijk vrijstelling en bouwvergunning voor het vernieuwen en vergroten van een garage/berging op een perceel. Deze besluiten werden aangevochten door een derde partij en uiteindelijk herroepen door het college vanwege strijdigheid met het bestemmingsplan en eigendomsinbreuk.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde de weigering van de vrijstelling en bouwvergunning. Appellant stelde in hoger beroep dat het college de beslissing had moeten aanhouden totdat de eigendomsverhoudingen via een civiele procedure waren vastgesteld en dat het college de vrijstelling onterecht had geweigerd.
De Raad van State oordeelde dat het college zich terecht op het advies van de Adviescommissie had gebaseerd en dat appellant onvoldoende had aangetoond dat sprake was van verkrijgende verjaring van de grond waarop de garage/berging deels was gesitueerd. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van vrijstelling en bouwvergunning wegens strijdigheid met het bestemmingsplan en eigendomsinbreuk.