Uitspraak
200501145/1(Gst. 7239, 170) overweegt de Afdeling ambtshalve dat het antwoord van het bestuursorgaan op de vraag, die hier aan de orde is, te weten of het voorgenomen gebruik van het perceel valt onder het overgangsrecht van het bestemmingsplan, in de regel niet als besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan worden aangemerkt. Er is geen reden om daar in dit geval anders over te oordelen, nu niet valt in te zien dat appellanten het antwoord op die vraag niet langs een andere weg in rechte beoordeeld kunnen krijgen dan door een reactie van het college af te wachten op de hervatting van het gebruik van voormelde drie verdiepingen. Appellanten kunnen immers een verzoek indienen om vrijstelling van het bestemmingsplan en in dat kader de vraag aan de orde stellen of het voorgenomen gebruik is toegestaan op grond van het overgangsrecht van het bestemmingsplan. Het college zal in dat geval op die vraag een antwoord moeten geven. In dit verband merkt de Afdeling op dat het principe-verzoek van 15 mei 2003, dat eveneens betrekking heeft op voorgenomen nieuwbouw op gronden in de nabijheid van het perceel, niet als een zodanig verzoek om vrijstelling kan worden aangemerkt.