ECLI:NL:RVS:2006:AU9835
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.K.W. Bartel
- J.G.C. Wiebenga
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging intrekking bouwvergunning varkensstallen wegens zorgvuldigheidsgebrek
Het college van burgemeester en wethouders van Hulst trok op 16 december 2003 de eerder verleende bouwvergunningen voor varkensstallen in, omdat binnen de gestelde termijn van 26 weken geen aanvang was gemaakt met de bouwwerkzaamheden. Het bezwaar van de vergunninghouders werd door het college ongegrond verklaard, waarna de rechtbank Middelburg het beroep van de vergunninghouders gegrond verklaarde en de intrekking vernietigde.
Het college stelde in hoger beroep dat de intrekking terecht was vanwege gewijzigde ruimtelijke en milieubeleidsregels en het feit dat de vergunninghouders niet aannemelijk hadden gemaakt dat zij spoedig zouden starten met de bouw. De Raad van State oordeelde echter dat het college bij de besluitvorming ook de belangen van de vergunninghouders had moeten meewegen, waaronder het feit dat de vergunninghouders vanwege het ontbreken van een milieuvergunning niet konden starten.
De Raad van State bevestigde dat het college de intrekking niet zorgvuldig had voorbereid en genomen, omdat het niet had onderzocht of het uitstel van de bouw aan de vergunninghouders kon worden toegerekend. De intrekking is een bevoegdheid, geen verplichting, en dient zorgvuldig te worden afgewogen. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van de intrekking van de bouwvergunningen wegens een zorgvuldigheidsgebrek.