ECLI:NL:RVS:2006:AU9832
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- P. Klein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake preventieve bestuursdwang deelgemeente Rotterdam
Het dagelijks bestuur van de deelgemeente Noord van Rotterdam heeft op 10 november 2003 aan appellant preventieve bestuursdwang aangezegd. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het dagelijks bestuur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank Rotterdam, die dit beroep op 10 augustus 2005 ongegrond verklaarde.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Tijdens de behandeling van het hoger beroep oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak dat appellant in zijn bezwaarschrift en hoger beroep geen gronden had aangevoerd die gericht waren tegen het primaire besluit tot bestuursdwang, maar tegen het vonnis tot ontruiming en de uitvoering daarvan. Omdat het hoger beroep zich niet richtte op de aangevallen uitspraak, werd het ongegrond verklaard.
De Raad van State bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af. Het hoger beroep werd behandeld door een enkelvoudige kamer, waarbij appellant aanwezig was en het dagelijks bestuur niet. De uitspraak werd op 18 januari 2006 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.