ECLI:NL:RVS:2006:AU9807
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- P. Lodder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bouwvergunning overkapping werktuigenberging wegens onvoldoende ruimtelijke onderbouwing en gebrekkig welstandsadvies
Het college van burgemeester en wethouders van Emmen verleende op 24 juni 2003 een vrijstelling en bouwvergunning voor het oprichten van een overkapping/werktuigenberging op een perceel met de bestemming 'Randveenontginningen'. Appellanten maakten bezwaar tegen dit besluit, dat door het college en later door de rechtbank Assen werd afgewezen. De appellanten stelden dat de ruimtelijke onderbouwing onvoldoende was en dat het welstandsadvies in strijd was met de gemeentelijke Bouwverordening.
De Raad van State oordeelde dat het bouwplan een ingrijpende inbreuk vormt op het bestemmingsplan, mede omdat het bestaande agrarische bedrijf al een grote afwijking van de karakteristiek van de oude nederzetting vormt en het bouwplan deze inbreuk vergroot. Het college had onvoldoende gemotiveerd waarom het bouwplan aanvaardbaar is in relatie tot de karakteristieken van het gebied. Daarnaast bleek dat het welstandsadvies niet door een commissie is uitgebracht die voldeed aan de vereisten van de Bouwverordening, waardoor het college dit advies niet zonder meer aan zijn oordeel had mogen ten grondslag leggen.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit van het college, en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Emmen tot verlening van de bouwvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende ruimtelijke onderbouwing en een niet rechtsgeldig welstandsadvies.