ECLI:NL:RVS:2006:AU9790
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- J.G.C. Wiebenga
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen besluit ernstige bodemverontreiniging en saneringsplan te Breda
Verweerder stelde bij besluit van 21 oktober 2004 vast dat sprake is van ernstige bodemverontreiniging op een locatie te Breda en dat er geen urgentie is tot sanering. Tevens stemde verweerder in met het door appellant ingediende saneringsplan. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij beroep instelde bij de Raad van State.
Appellant voerde meerdere beroepsgronden aan, waaronder onvolledigheid van het hoorzittingsverslag, het ontbreken van een dagtekening op het besluit, onjuiste adressering van het besluit, strijd met artikel 39 van Pro de Wet bodembescherming inzake financiële middelen, en onterechte instemming met een multifunctionele sanering in plaats van een functiegerichte sanering.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoorzittingsverslag voldoet aan de wettelijke eisen, het besluit rechtsgeldig is genomen en aan appellant is toegezonden, en dat appellant terecht als melder is aangemerkt. Tevens is voldoende informatie beschikbaar gesteld om het saneringsplan zorgvuldig te beoordelen. De wijziging van de saneringsdoelstelling naar multifunctionele sanering is terecht geaccepteerd door verweerder. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit inzake bodemverontreiniging en saneringsplan is ongegrond verklaard.