ECLI:NL:RVS:2006:AU9410
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Kreveld
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Vergunning voor veldproeven met genetisch gemodificeerde aardappelplanten bevestigd
Bij besluit van 25 januari 2005 verleende de Staatssecretaris, in overeenstemming met de Minister van Landbouw, een vergunning aan AVEBE voor proeven met genetisch gemodificeerde aardappelplanten met het kgz-gen in diverse gemeenten. Appellante stelde beroep in tegen dit besluit.
De Raad van State overwoog dat de bezwaren van appellante, waaronder ethische bezwaren tegen genetische modificatie en zorgen over lange termijn effecten, niet gericht waren op het belang van bescherming van mens en milieu zoals vereist volgens de Wet milieugevaarlijke stoffen. De Raad oordeelde dat deze gronden onvoldoende waren om de vergunning te weigeren.
Verder werd geoordeeld dat de risico's van uitkruising en verspreiding van de genetisch gemodificeerde aardappelen verwaarloosbaar klein zijn, mede op basis van een milieurisicoanalyse en het advies van de Commissie genetische modificatie (COGEM). Ook werd vastgesteld dat de genetisch gemodificeerde aardappelen niet in de voedselketen zullen terechtkomen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de vergunning bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor veldproeven met genetisch gemodificeerde aardappelplanten wordt ongegrond verklaard en de vergunning bevestigd.