ECLI:NL:RVS:2006:AU9390
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- J.A.M. van Angeren
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking exploitatievergunning partycentrum wegens openbare ordeverstoring
De burgemeester van Den Haag trok op 3 november 2003 de vergunning in voor de exploitatie van een partycentrum aan de Zichtenburglaan 23 vanwege herhaalde wanordelijkheden en ongeregeldheden in en rondom het centrum. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna de rechtbank het beroep eveneens ongegrond verklaarde. In hoger beroep bij de Raad van State betoogde appellant dat hij had voldaan aan zijn zorgplicht en dat de burgemeester minder ingrijpende maatregelen had moeten nemen.
De Raad van State oordeelde dat de burgemeester terecht een discretionaire bevoegdheid had gebruikt om de vergunning in te trekken, gelet op de ernst en frequentie van incidenten zoals vechtpartijen, drugsgebruik en vernielingen die direct verband hielden met het partycentrum. Ondanks de door appellant getroffen maatregelen, was hij onvoldoende nagekomen aan zijn verplichting om toe te zien op een ordelijk verloop.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat de intrekking niet was gericht op persoonlijke verwijtbaarheid, maar op het voorkomen van verdere verstoring van de openbare orde. De maatregel werd als proportioneel beoordeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de exploitatievergunning van het partycentrum wordt bevestigd vanwege herhaalde wanordelijkheden en onvoldoende toezicht door appellant.