ECLI:NL:RVS:2005:AU9036
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.M. Boll
- B.S. Jansen
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen bezwaar overbrenging olie-vetafscheiders afvalstoffen
Verzoeksters hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer dat bezwaar maakte tegen de voorgenomen overbrenging van olie-, water- en slibmengsels afkomstig van olie-vetafscheiders van België naar Nederland op grond van de Verordening 259/93/EEG.
De Staatssecretaris stelde dat de kennisgeving niet voldeed aan de Verordening omdat de overbrenging niet vanaf één locatie zou plaatsvinden, het doel van de overbrenging onduidelijk was (nuttige toepassing versus verwijdering), het contract niet aan de vereisten voldeed en onduidelijkheid bestond over de rechtspersoonlijkheid van de betrokken partijen.
Verzoeksters betoogden dat de Verordening en het Landelijk Afvalbeheerplan geen verplichting tot overbrenging vanaf één locatie bevatten, dat zij al jaren de route-inzameling toepassen en dat het doel van nuttige toepassing duidelijk is. Ook stelden zij dat het contract en de naamwijziging van de betrokken rechtspersoon geen reden voor bezwaar zijn.
De Voorzitter oordeelde dat de Staatssecretaris niet eerder bezwaar had gemaakt tegen overbrengingen die niet vanaf één locatie starten en dat belanghebbenden hierover niet waren geïnformeerd. Gezien het ontbreken van zwaarwegende milieuomstandigheden en de belangen van verzoeksters werd het besluit geschorst tot 1 februari 2006, met een voorlopige voorziening voor beperkte overbrenging. Tevens werd de Staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bezwaar van de Staatssecretaris is geschorst en een voorlopige voorziening getroffen voor beperkte overbrenging van afvalstoffen tot 1 februari 2006.