ECLI:NL:RVS:2005:AU9031
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Th.G. Drupsteen
- B.S. Jansen
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging last onder dwangsom wegens overschrijding verwerkingscapaciteit groenafval
Bij besluit van 1 maart 2005 legde het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan appellante een last onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 8.1 van de Wet milieubeheer, omdat de verwerkingscapaciteit voor groenafval van 7.000 ton per jaar werd overschreden. Appellante stelde dat haar rechtsmiddelen werden ontnomen omdat nog geen definitieve beslissing was genomen op haar vergunningaanvraag. De Raad van State oordeelde dat appellante tegen beide besluiten rechtsmiddelen kan aanwenden en dat handhaving gerechtvaardigd is.
De Raad overwoog dat geen concreet uitzicht op legalisatie bestaat omdat de vergunningaanvraag vanwege geurhinder geheel zal worden geweigerd. Verweerder had de begunstigingstermijn van de last onder dwangsom verlengd tot 1 oktober 2005, terwijl de adviescommissie had geadviseerd deze te verlengen tot 1 januari 2006 indien sprake zou zijn van concreet uitzicht op legalisatie. De Raad stelde vast dat appellante de overschrijding in 2005 niet ongedaan kon maken zonder dwangsom te verbeuren en dat enige tijd nodig is om de situatie te herstellen.
De Raad verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond, vernietigde het besluit voor zover de begunstigingstermijn liep tot 1 oktober 2005, en bepaalde dat deze loopt tot 1 januari 2006. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Tevens werd appellante het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: De begunstigingstermijn van de last onder dwangsom wordt verlengd tot 1 januari 2006 en het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard.