ECLI:NL:RVS:2005:AU8754
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake schadevergoeding peilbesluit waterbeheer
Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het hoogheemraadschap van Schieland heeft op 20 augustus 2002 een verzoek tot schadevergoeding toegewezen aan een vergunninghouder vanwege een peilbesluit van 28 maart 2001. De vergunninghouder maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college op 7 november 2003 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van de vergunninghouder gegrond en bepaalde dat het college opnieuw moest beslissen op het bezwaar.
Het college stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het college niet bevoegd was om op het verzoek te beslissen omdat het peilbesluit door de verenigde vergadering was genomen. De rechtbank had dit niet onderkend en had het besluit op bezwaar ten onrechte niet vernietigd. De Afdeling bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit van het college in stand blijven omdat de verenigde vergadering dit besluit later heeft bekrachtigd.
Verder oordeelde de Afdeling dat het verzoek van de vergunninghouder zich beperkt tot schade als gevolg van het peilbesluit van 28 maart 2001 en niet ziet op schade door eerdere peilbesluiten of het niet handhaven daarvan. Vergoeding van schade door niet-handhaving valt niet onder artikel 40 van Pro de Wet op de waterhuishouding. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze het college opdroeg een nieuw besluit te nemen en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de rechtsgevolgen van het besluit van het college blijven in stand.