ECLI:NL:RVS:2005:AU8735
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Kreveld
- P.C.E. van Wijmen
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ernst en urgentie bodemverontreiniging locatie Wagengouw te Broek in Waterland
Bij besluit van 28 juni 2004 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland de ernst en urgentie vastgesteld van bodemverontreiniging op de locatie Wagengouw 32/Westveer te Broek in Waterland en ingestemd met een saneringsplan van HSB Vastgoed Holding B.V. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat verweerder zich onvoldoende had vergewist van de omvang van het geval van verontreiniging zoals bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet bodembescherming. De verontreiniging was beperkt tot de voormalige opslagplaats en een smalle strook grond, terwijl appellant stelde dat ook de oever en waterbodem van de naastgelegen sloot onderzocht hadden moeten worden. Uit de bijgevoegde rapporten en het deskundigenbericht bleek dat de verontreiniging in de sloot overeenkomsten vertoonde met die op de locatie.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het besluit in strijd was met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat vereist dat een bestuursorgaan de nodige kennis omtrent relevante feiten vergaart. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen 13 weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van het college van gedeputeerde staten Noord-Holland wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar de omvang van de bodemverontreiniging.