ECLI:NL:RVS:2005:AU8724
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.M. van Angeren
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en verlening vergunning grondwateronttrekking bij stortplaatsuitbreiding
Bij besluit van 30 december 2004 heeft het college van gedeputeerde staten van Utrecht een eerder verleende vergunning voor het onttrekken van grondwater ingetrokken en een nieuwe vergunning verleend met een verdubbelde maximale onttrekkingshoeveelheid van 5 m3 naar 10 m3 per uur.
De vereniging 'Vereniging Geen Uitbreiding Stort' stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat de verhoogde onttrekking onherroepelijke schade aan de onderafdichting van de stortplaats zou veroorzaken, waardoor het grondwater verontreinigd raakt. Tevens betoogde zij dat de toetsing van de Grondwaterwet en milieuvergunning gecombineerd moest worden om de gevolgen van de extra onttrekking te kunnen beoordelen.
De Raad overweegt dat de bescherming tegen grondwaterverontreiniging een belang is dat de Grondwaterwet beoogt te beschermen en dat de gevolgen van de grondwateronttrekking daarom moeten worden meegenomen bij de vergunningverlening. Het college had dit onvoldoende gemotiveerd en de vermeende geringe toename van de jaarlijkse onttrekking was niet als maximum in de vergunning vastgelegd. Daarom is het besluit in strijd met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op binnen 13 weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en verlening van de vergunning voor grondwateronttrekking wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering.