ECLI:NL:RVS:2005:AU8480
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- S. Langeveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving verwijdering dakkapel zonder vergunning in Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht legde appellant een last onder dwangsom op om een zonder vergunning gebouwde dakkapel te verwijderen. Appellant maakte bezwaar en stelde dat het college ten onrechte het negatieve welstandsadvies als grondslag gebruikte en dat verwijdering onevenredig hoge kosten met zich brengt, mede omdat buurtbewoners geen bezwaar hadden.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het college bevoegd was tot handhaving op grond van de Woningwet en dat het welstandsadvies, ondanks discussie over de meetwijze van de dakkapelbreedte, niet zodanige gebreken vertoonde dat het college dit niet mocht volgen. De dakkapel overschreed de maximale breedte ruimschoots en vormde geen ondergeschikte toevoeging.
Verder oordeelde de Afdeling dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slaagde, omdat het college ook tegen vergelijkbare gevallen handhavend wilde optreden. Ook het argument van appellant dat financiële belangen en het ontbreken van buurtbezwaar bijzondere omstandigheden vormden om af te zien van handhaving, werd verworpen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last tot verwijdering van de dakkapel bevestigd.