ECLI:NL:RVS:2005:AU8460
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- R.E.A. Matulewicz
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing standplaatsvergunning wegens wangedrag op weekmarkt
Het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen schorste op 20 november 2003 de vergunning van appellant voor het innemen van een standplaats op de weekmarkt te Mijdrecht voor één marktdag wegens herhaald wangedrag. Dit betrof onder meer kwetsende opmerkingen jegens een medemarktkoopman en hinderlijk plaatsen van broodkratten. Na een ongegrond verklaard bezwaar door het college bevestigde de rechtbank Utrecht deze schorsing op 28 april 2005.
Appellant stelde onder meer dat geen hoor en wederhoor was toegepast, dat het wangedrag niet objectief was vastgesteld en dat de schorsing disproportioneel was. Ook voerde hij aan dat het college vooringenomen was en dat het besluit in strijd was met de Grondwet. De Raad van State oordeelde dat het college op basis van marktjournaals en verklaringen aannemelijk had gemaakt dat appellant zich schuldig had gemaakt aan wangedrag. Het ontbreken van voorafgaand hoor en wederhoor werd gecompenseerd door latere gesprekken en de bezwaarprocedure.
De Raad van State vond de schorsing proportioneel en rechtmatig, en zag geen aanwijzingen voor misbruik van bevoegdheid of vooringenomenheid. Het beroep op de Grondwet werd niet nader onderbouwd en bleef daarom onbeantwoord. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De schorsing van de standplaatsvergunning voor één marktdag wegens wangedrag wordt bevestigd.