ECLI:NL:RVS:2005:AU8435
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H. Troostwijk
- A.M. van Meurs-Heuvel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroepen tegen rooivergunningen gemeente Nijmegen
Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen verleende vergunningen voor het rooien van diverse bomen en bosplantsoen. Appellanten, waaronder milieugroepen, maakten bezwaar en stelden beroep in tegen deze vergunningen. De rechtbank Arnhem verklaarde de beroepen ongegrond. Hiertegen werd hoger beroep ingesteld bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat appellante sub 3 terecht ontvankelijk werd verklaard ondanks een machtiging die na de beroepstermijn was gedateerd. Verder oordeelde de Raad dat de rechtbank terecht het betoog van appellanten over de cultuurhistorische waarde van het bosplantsoen in vak C buiten beschouwing liet, omdat dit niet tijdig in de beroepsgronden was aangevoerd.
Ook faalde het betoog dat voorafgaand aan de vergunningverlening een milieueffectrapportage (MER) had moeten worden opgesteld, omdat het rooien een eerste stap zou zijn in een MER-plichtige activiteit. De Raad bevestigde dat dit niet binnen het toetsingskader van de Algemene plaatselijke verordening valt.
Gelet op deze overwegingen bevestigde de Raad van State het oordeel van de rechtbank dat de beroepen ongegrond zijn en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de rooivergunningen wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.