ECLI:NL:RVS:2005:AU8432
Raad van State
- Hoger beroep
- Th.G. Drupsteen
- P.J.J. van Buuren
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding wegens nalaten tijdige maatregelen tegen overlast voetballende jongeren
Appellanten verzochten het college van burgemeester en wethouders van Putten om schadevergoeding wegens het nalaten van tijdige maatregelen om overlast door voetballende jongeren te beperken. Dit verzoek werd door het college afgewezen, waarna ook het bezwaar ongegrond werd verklaard.
De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep van appellanten gegrond, vernietigde het besluit op bezwaar en bepaalde dat het bezwaar niet-ontvankelijk was voor schade veroorzaakt door het niet tijdig nemen van feitelijke maatregelen. Voor schade door het niet toepassen van bestuursdwang werd het bezwaar ongegrond verklaard.
In hoger beroep stelde appellanten dat ontheffingsbesluiten als schadeoorzaken moesten worden aangemerkt en dat vervolgschade door het besluit van het college niet werd vergoed. De Raad van State verwierp deze gronden omdat het verzoek enkel betrekking had op schade door het niet tijdig aanpassen van beplanting en het college feitelijke handelingen had verricht die niet voor beroep vatbaar zijn.
De Raad oordeelde dat het besluit van 4 maart 2003, waarbij handhavend optreden werd geweigerd, onaantastbaar was geworden en dat er geen grond was voor schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.