ECLI:NL:RVS:2005:AU8430
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- P.A. de Vink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning melkrundveehouderij wegens onvoldoende motivering stankhinder
Bij besluit van 4 juli 2005 verleende het college van burgemeester en wethouders van Graafstroom een vergunning voor het oprichten en in werking hebben van een melkrundveehouderij. Appellanten maakten bezwaar tegen deze vergunning en stelden onaanvaardbare stankhinder te ondervinden.
De Raad van State beoordeelde het beroep aan de hand van het recht dat gold vóór de inwerkingtreding van de Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure en de gewijzigde Wet milieubeheer. Een deel van het beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat appellanten niet tijdig bedenkingen hadden ingebracht tegen het ontwerpbesluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de vergunning niet had mogen worden verleend omdat de motivering omtrent het terugbrengen van stankhinder tot een aanvaardbaar niveau onvoldoende was. De afstand tot de dichtstbijgelegen woningen voldeed niet aan de richtlijn en de technische onderbouwing van het mechanisch ventilatiesysteem was onvoldoende. Daarom werd het besluit vernietigd.
Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan appellanten. Het beroep werd voor het overige gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt deels niet-ontvankelijk verklaard en deels gegrond, het besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering van stankhinder.