ECLI:NL:RVS:2005:AU7978

Raad van State

Datum uitspraak
14 december 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200504464/1
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Ch.W. Mouton
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8.25 Wet milieubeheer
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot handhaving geluidsoverlast schietinrichting Schutterij St. Cornelius

Appellant verzocht bij besluit van 20 juli 2004 om toepassing van bestuurlijke handhavingsmiddelen tegen de schietinrichting van de vereniging Schutterij St. Cornelius vanwege onduldbare geluidoverlast bij zijn woning. Verweerder wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. Appellant stelde later dat zijn verzoek eigenlijk een intrekking van de vergunning betrof op grond van de Wet milieubeheer, omdat de geluidbelasting de aanbevolen normen uit de Circulaire Schietlawaai fors zou overschrijden.

De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het verzoek van appellant redelijkerwijs als een verzoek om handhaving kon worden opgevat, mede omdat appellant dit standpunt pas laat innam en niet eerder in bezwaar of beroep had aangevoerd. Ten tijde van het besluit waren er geen bindende voorschriften met geluidnormen voor de schietinrichting, zodat geen overtreding kon worden vastgesteld waarop handhaving gebaseerd kon worden.

Daarmee was het besluit tot afwijzing van het verzoek tot handhaving terecht en was het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 14 december 2005.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om handhaving wegens geluidsoverlast van de schietinrichting wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

200504464/1.
Datum uitspraak: 14 december 2005
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant], wonend te Weert,
en
het college van burgemeester en wethouders van Weert,
verweerder.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 20 juli 2004 heeft verweerder een verzoek van appellant van 29 maart 2004 om toepassing van bestuurlijke handhavingsmiddelen met betrekking tot de schietinrichting van de vereniging "Schutterij St. Cornelius" op het adres Ittervoorterweg 70h te Weert afgewezen.
Bij besluit van 26 april 2005, verzonden op 2 mei 2005, heeft verweerder het hiertegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Tegen dit besluit heeft appellant bij brief van 23 mei 2005, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde datum, beroep ingesteld.
Bij brief van 30 augustus 2005 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
Na afloop van het vooronderzoek zijn nadere stukken ontvangen van appellant. Deze zijn aan de andere partijen toegezonden.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 december 2005, waar appellant in persoon, en verweerder, vertegenwoordigd door J. Truijen, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is vergunninghoudster, vertegenwoordigd door [gemachtigde], als partij gehoord.
2.    Overwegingen
2.1.    Op 1 juli 2005 zijn de Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb en de Aanpassingswet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb in werking getreden. Uit het daarbij behorende overgangsrecht volgt dat het recht zoals dat gold vóór de inwerkingtreding van deze wetten op dit geding van toepassing blijft.
2.2.    Appellant heeft verweerder bij brief van 29 maart 2004 verzocht om sluiting van de schietinrichting wegens onduldbare geluidoverlast die hij ondervindt ten gevolge van de schietactiviteiten binnen de inrichting. In zijn nadere memorie van 22 oktober 2005 stelt appellant dat zijn verzoek had moeten worden opgevat als een verzoek om intrekking van de vergunning als bedoeld in artikel 8.25, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet milieubeheer en niet als een verzoek om handhaving.
Volgens appellant is uit onderzoek gebleken dat de geluidbelasting ter plaatse van zijn woning vanwege de schietactiviteiten de in de Circulaire Schietlawaai aanbevolen normen fors overschrijdt.
2.3.    Verweerder heeft het verzoek van appellant van 29 maart 2004, gezien de bewoordingen daarvan, waarin de term "sluiting" wordt gebezigd, redelijkerwijs kunnen aanmerken als een verzoek om handhaving. Hierbij neemt de Afdeling in aanmerking dat appellant eerst in zijn nadere memorie van 22 oktober 2005 stelt dat zijn verzoek niet als een verzoek om handhaving had moeten worden opgevat, terwijl hij dit punt in zijn zienswijze, bezwaarschrift en beroepschrift niet aan de orde heeft gesteld.
2.4.    Onbestreden is dat ten tijde van het nemen van het bestreden besluit geen voorschriften met geluidnormen van kracht waren met betrekking tot de schietactiviteiten binnen de inrichting. Gelet hierop was er, wat de gestelde geluidoverlast betreft, geen sprake van een overtreding op grond waarvan verweerder handhavend kon optreden. Het feit dat, zoals appellant stelt, in de Circulaire Schietlawaai aanbevolen normen worden overschreden, maakt dat niet anders. Verweerder heeft het verzoek om handhaving dan ook terecht afgewezen en het daartegen gemaakte bezwaar terecht ongegrond verklaard.
2.5.    Het beroep is ongegrond.
2.6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. Ch.W. Mouton, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Kuipers, ambtenaar van Staat.
w.g. Mouton    w.g. Kuipers
Lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 14 december 2005
271-509.