Uitspraak
200408710/1(JB 2005/247) volgt uit artikel 24, eerste en tweede lid, van de Wrb, gelezen in samenhang met artikel 33, eerste lid, van de Wrb, dat het bureau geen wettelijke taak heeft te bemiddelen bij het vinden van een opvolgend advocaat voor een rechtzoekende. De brief van 20 januari 2004 moet dan ook worden opgevat als een feitelijke mededeling, waardoor geen rechten, plichten, bevoegdheid, of status worden gecreëerd of teniet gedaan. De brief is derhalve niet gericht op rechtsgevolg, zodat deze niet kan worden aangemerkt als besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb. De rechtbank heeft dit miskend. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd.