ECLI:NL:RVS:2005:AU7943
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- Rechtspraak.nl
Vergunningverlening voor opslag en breken van bouw- en sloopafval met verhoogde opslaghoogte
Bij besluit van 2 december 2004 verleende de provincie Gelderland aan een vergunninghouder een milieuvergunning voor het veranderen van een inrichting op een perceel te Ede, waaronder het opslaan van bouw- en sloopafval en het breken van beton- en steenpuin met een opslaghoogte van 22 meter.
Het college van burgemeester en wethouders van Ede stelde beroep in tegen deze vergunning en voerde onder meer aan dat er onvoldoende onderzoek was gedaan naar emissie van zwevende deeltjes, dat de opslaghoogte visuele hinder en aantasting van landschappelijke waarden zou veroorzaken, en dat de maatregelen tegen stofhinder onvoldoende waren.
De Raad van State oordeelde dat de grond inzake emissie van zwevende deeltjes te laat was ingebracht en niet ontvankelijk was. De visuele hinder en landschappelijke waarden zijn primair planologisch van aard en de inrichting ligt op een industrieterrein met voldoende afstand tot woningen, zodat geen onaanvaardbare hinder werd vastgesteld. De stofhinder is getoetst aan de Nederlandse Emissierichtlijn lucht (NeR) en de aan de vergunning verbonden voorschriften zijn passend en duidelijk.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de milieuvergunning voor de verhoogde opslaghoogte van puin wordt ongegrond verklaard.