ECLI:NL:RVS:2005:AU7940
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- M.H. Broodman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming faunaschade door wilde zwijnen wegens te late aanvraag en onvoldoende preventiemaatregelen
Appellant vroeg het Faunafonds om een tegemoetkoming voor schade aan maïs veroorzaakt door wilde zwijnen. Het Faunafonds wees de aanvraag af omdat appellant het verzoek niet binnen de wettelijke termijn van zeven werkdagen na constatering van de schade had ingediend en onvoldoende maatregelen had getroffen om de schade te voorkomen.
De rechtbank Roermond verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat niet aannemelijk was gemaakt dat de termijn was nageleefd en appellant niet de vereiste preventieve maatregelen had genomen zoals vermeld in het Handboek Faunaschade. Ook had appellant geen ontheffing aangevraagd zoals vereist voor schade door diersoorten waarvoor ontheffing mogelijk is.
Appellant voerde aan dat hij de aanvraag correct had ingediend en voldoende maatregelen had getroffen, maar de Raad van State oordeelde dat er onzekerheid bestond over het tijdstip van schade en dat appellant niet had aangetoond dat hij binnen de termijn had gehandeld. Bovendien ontbrak het bewijs dat hij minimaal twee typen afweermiddelen had ingezet, waaronder een akoestisch middel.
De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming bevestigd wegens te late aanvraag en onvoldoende preventieve maatregelen.