ECLI:NL:RVS:2005:AU7595
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- W.M. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek vergoeding kosten rechtsbijstand wegens samenhang met beroepsactiviteiten
Het bureau van de raad voor rechtsbijstand te Amsterdam wees op 28 januari 2004 het verzoek van appellant om vergoeding van kosten rechtsbijstand af. De raad verklaarde het daarop ingestelde beroep op 14 juni 2004 ongegrond, waarna de rechtbank Amsterdam dit op 12 april 2005 bevestigde. Appellant stelde dat zijn agentuuractiviteiten ten tijde van de procedure al waren beëindigd en dat de vermogensgrens niet werd overschreden.
De procedure betrof een terugvordering wegens onverschuldigde betaling van advocaatkosten en griffierechten in een eerdere procedure die leidde tot een uitspraak van de president van de rechtbank Haarlem in 1997. De kantonrechter had in 1996 de agentuurovereenkomst ontbonden, maar de Raad van State oordeelde dat het rechtsbelang nog steeds nauw samenhing met de beroepsactiviteiten van appellant als zelfstandige.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het voortbestaan van het bedrijf niet ernstig werd bedreigd door de kosten en dat artikel 12, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) aan verlening van rechtsbijstand in de weg stond. De rechtbank hoefde daarom niet te oordelen over de vermogensgrens. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om vergoeding van kosten rechtsbijstand bevestigd.