ECLI:NL:RVS:2005:AU7580
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.C.K.W. Bartel
- A.M.L. Hanrath
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen wijzigingsplan inpandige parkeervoorziening Keizersgracht
De raad van het stadsdeel Amsterdam-Centrum stelde op 31 maart 2005 het wijzigingsplan 'Tweede Wijziging bestemmingsplan Leidse- en Weteringbuurt 1998' vast, gericht op het mogelijk maken van een inpandige parkeervoorziening in de eerste bouwlaag van het pand Keizersgracht 573-575. Verzoekers maakten bezwaar tegen de goedkeuring van dit plan door het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland op 3 augustus 2005 en verzochten om een voorlopige voorziening.
De kern van het geschil betrof de vraag of het wijzigingsplan in overeenstemming is met de planvoorschriften, in het bijzonder artikel 9, derde lid, onder a, dat nieuwe inpandige parkeervoorzieningen aan de grachten in principe niet toestaat tenzij gebruik wordt gemaakt van een bestaande entree of het straatbeeld niet verder wordt aangetast. Vast stond dat geen bestaande entree gebruikt kon worden, waardoor de beoordeling van eventuele aantasting van het straatbeeld centraal stond.
De Voorzitter oordeelde dat verweerder onvoldoende heeft meegewogen wat de gevolgen van het gebruik van de parkeervoorziening voor het straatbeeld zijn, aangezien alleen de verleende monumentenvergunning voor het aanbrengen van een garagedeur was betrokken. Omdat het wijzigingsplan de mogelijkheid tot realisatie van een parkeervoorziening ook los van het bestaande monumentale pand mogelijk maakt, achtte de Voorzitter de verwachting gerechtvaardigd dat het beroep in de bodemprocedure gegrond zal zijn.
Derhalve werd het bestreden besluit geschorst en werd de provincie Noord-Holland verplicht het griffierecht aan verzoekers te vergoeden. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het besluit tot goedkeuring van het wijzigingsplan is geschorst wegens onvoldoende beoordeling van de gevolgen voor het straatbeeld.