ECLI:NL:RVS:2005:AU7573
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- P. Klein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring beroep tegen afwijzing toevoeging rechtsbijstand
Appellante verzocht om een toevoeging op grond van de Wet op de rechtsbijstand, welke door het bureau rechtsbijstandvoorziening werd afgewezen. Hiertegen stelde zij beroep in bij de raad voor rechtsbijstand, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn.
Appellante stelde dat zij door ziekte en verblijf bij familie niet tijdig kon reageren, maar dit werd niet aannemelijk geacht. De Raad van State oordeelde dat geen sprake was van verschoonbare termijnoverschrijding en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 7 december 2005.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep bevestigd wegens termijnoverschrijding.