ECLI:NL:RVS:2005:AU7572
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- P. Klein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing toevoeging rechtsbijstand
Het bureau rechtsbijstandvoorziening van de raad voor rechtsbijstand te Leeuwarden wees op 10 december 2003 het verzoek om toevoeging rechtsbijstand voor appellante af. De raad verklaarde het daarop ingestelde beroep niet-ontvankelijk en de rechtbank Leeuwarden bevestigde dit op 8 april 2005. Appellante stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat op grond van artikel 6:13 Awb Pro geen beroep kan worden ingesteld door een belanghebbende die redelijkerwijs kan worden verweten geen bezwaar of administratief beroep te hebben ingesteld. Het administratief beroepschrift was niet door appellante zelf ingediend, maar door een gemachtigde namens kantoorgenoten, waardoor appellante geen administratief beroep had ingesteld.
Omdat niet aannemelijk was gemaakt dat dit niet aan appellante kon worden verweten, verklaarde de rechtbank het beroep terecht niet-ontvankelijk. De Afdeling bevestigde deze uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep bevestigd.