ECLI:NL:RVS:2005:AU7189
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Oosting
- F.B. van der Maesen de Sombreff
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen aanwijzing locatie ondergrondse afvalcontainers in Rotterdam
Bij besluit van 3 december 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam locaties aangewezen voor ondergrondse containers voor restafval, papier en glas. Appellant maakte bezwaar tegen de aanwijzing van een locatie aan de Avenue Concordia te Rotterdam, stellende dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid en leidde tot uitzichtbederf en waardevermindering van zijn woning.
Na een informatieavond en meerdere overleggen met appellant heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. Appellant stelde dat een alternatieve locatie redelijkerwijs mogelijk was. Verweerder heeft echter aangetoond dat andere locaties minder geschikt waren vanwege afstand tot woningen, straatbeeld, ondergrondse infrastructuur en de mogelijkheid om twee containers in één parkeervak te plaatsen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat verweerder bij de locatiekeuze zorgvuldig heeft gehandeld en dat de belangenafweging in redelijkheid is gemaakt. De bezwaren van appellant wegen niet zwaarder dan de met het besluit te dienen belangen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanwijzing van de locatie voor ondergrondse afvalcontainers wordt ongegrond verklaard.