ECLI:NL:RVS:2005:AU7167
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.M. Boll
- W. van Hardeveld
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering vergunning paardenhouderij wegens onjuiste beoordeling uitbreidingsplannen camping
Appellante had bij de gemeente Gemert-Bakel een vergunning aangevraagd voor het oprichten en in werking hebben van een paardenhouderij op een perceel in Gemert-Bakel. De gemeente weigerde de vergunning op grond van de Wet milieubeheer, mede omdat zij rekening hield met de uitbreidingsplannen van de nabijgelegen camping "Grotelse Heide". Deze uitbreiding zou de afstand tussen de inrichting en de camping verkleinen, waardoor niet voldaan zou worden aan de minimale afstand ter voorkoming van stankhinder.
De campinguitbreiding was echter in strijd met het vigerende bestemmingsplan en de procedure tot wijziging van dat plan was nog niet afgerond. De gemeenteraad had het gewijzigde bestemmingsplan wel vastgesteld, maar de goedkeuring door het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant ontbrak nog en werd later zelfs onthouden. De Raad van State oordeelde dat de uitbreidingsplannen daarom geen redelijkerwijs te verwachten ontwikkeling waren in de zin van artikel 8.8 van de Wet milieubeheer.
Hierdoor mocht de gemeente bij de vergunningverlening geen rekening houden met die plannen. De Raad van State verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg het college op binnen een termijn een nieuw besluit te nemen zonder de uitbreidingsplannen mee te wegen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en de gemeente werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de vergunning wordt vernietigd en de gemeente moet binnen gestelde termijnen een nieuw besluit nemen zonder rekening te houden met de uitbreidingsplannen van de camping.