ECLI:NL:RVS:2005:AU7152
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Boll
- H. Borstlap
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging vergunningvoorschriften inzake lozing afvalwater gemeente Edam-Volendam
Bij besluit van 3 januari 2005 verleende het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier aan de gemeente Edam-Volendam een vergunning op grond van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren voor het lozen van afvalstoffen via de rioolwaterzuiveringsinstallatie. De gemeente stelde beroep in tegen dit besluit, met name tegen diverse voorschriften die aan de vergunning waren verbonden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het beroep en oordeelde dat de door verweerder voorgeschreven controlevoorzieningen en bemonsteringsverplichtingen in redelijkheid waren gesteld ter bescherming van het oppervlaktewater. Echter, de voorschriften 11 (calamiteitenregeling) en 12 (melding voorgenomen wijzigingen) waren niet zorgvuldig geformuleerd en strookten niet met de beoogde reikwijdte en wettelijke kaders.
Daarom vernietigde de Afdeling deze twee voorschriften gedeeltelijk, terwijl het beroep voor het overige ongegrond werd verklaard. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed. Hiermee werd het belang van milieubescherming gewaarborgd, maar werd tevens het zorgvuldigheidsbeginsel in bestuursrechtelijke besluitvorming benadrukt.
Uitkomst: De vergunning wordt gedeeltelijk vernietigd voor de voorschriften 11 en 12 wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel, het overige beroep wordt ongegrond verklaard.