ECLI:NL:RVS:2005:AU6676
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Weigering vergunning rundveehouderij wegens onaanvaardbare stankhinder
Verweerder heeft op 30 mei 2005 een vergunning geweigerd voor een rundveehouderij met 153 melk- en kalfkoeien en 113 vrouwelijk jongvee, gelegen in gemeente Oosterhout. De vergunningaanvraag werd afgewezen omdat niet voldaan werd aan de minimale afstandsnorm van 100 meter tot stankgevoelige objecten, zoals woningen, wat leidt tot onaanvaardbare stankhinder.
Appellant voerde aan dat de omgeving ten onrechte in omgevingscategorie I was ingedeeld en dat bij afstandsbepaling uitgegaan had moeten worden van de nokken van de stallen in plaats van de voorgevels. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat verweerder terecht de voorgevels als emissiepunt hanteerde, omdat ventilatieverliezen via deuren niet konden worden uitgesloten en de voorgestelde aanpassingen onvoldoende waren onderbouwd.
Omdat de woningen binnen de 100 meter afstand lagen, ongeacht de categorie-indeling, was de weigering van de vergunning terecht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de milieuvergunning voor de rundveehouderij wordt ongegrond verklaard.