Uitspraak
200401822/1, heeft de Afdeling het besluit gedeeltelijk vernietigd. Verweerder is daarbij opgedragen met inachtneming van de uitspraak een nieuw besluit te nemen.
Raad van State
Bij besluit van 13 januari 2004 verleende de provincie Noord-Brabant een revisievergunning aan de vergunninghouder voor een inrichting. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde op 29 december 2004 gedeeltelijk dit besluit en gaf opdracht tot een nieuw besluit. Bij besluit van 22 maart 2005 nam verweerder een nieuw besluit met gewijzigde voorschriften.
Appellant stelde bezwaar tegen het nieuwe voorschrift 7.2.1, dat de standplaatsen van vrachtwagen en kraan regelt om de toegankelijkheid voor hulpdiensten te waarborgen, en tegen het gewijzigde voorschrift 11.3.25 over de maximale stapelhoogte van gedemonteerde materialen. De Afdeling oordeelde dat verweerder zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat de rijroute niet wordt belemmerd en dat de kraan zodanig kan worden opgesteld dat het pad toegankelijk blijft.
Verder concludeerde de Afdeling dat het voorschrift 11.3.25 voldoende waarborgt dat materialen niet hoger dan twee meter boven maaiveld worden gestapeld, en dat de locatie van opslag in de vergunningaanvraag is vastgelegd, zodat aanvullende regels niet nodig zijn. Nieuwe gronden die appellant ter zitting aanvoerde, werden niet in behandeling genomen wegens strijd met de goede procesorde.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot verlening van de revisievergunning is ongegrond verklaard.