ECLI:NL:RVS:2005:AU6668
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- T.L.J. Drouen
- Rechtspraak.nl
Weigering vergunning lozing afvalwater op oppervlaktewater wegens milieubescherming
Bij besluit van 1 oktober 2004 heeft het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier geweigerd een vergunning te verlenen voor het lozen van afvalwater afkomstig van een was- en tankplaats op oppervlaktewater. Appellante stelde dat zij op grond van toezeggingen mocht vertrouwen op vergunningverlening en dat de weigering onterecht was omdat de voorzieningen als stand der techniek gelden en de lozing de afvalwaterzuiveringsinrichting ontziet.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het college een beoordelingsvrijheid toekomt bij de vergunningverlening, die wordt begrensd door algemeen aanvaarde milieutechnische inzichten. Het vertrouwensbeginsel faalt omdat een medewerker niet bevoegd was toezeggingen te doen en het college op basis van de aanvraag moest beslissen. Verder is vastgesteld dat de lozing, ondanks voorzieningen, leidt tot verslechtering van de waterkwaliteit en dat aansluiting op de riolering mogelijk is.
De Afdeling concludeerde dat de weigering van de vergunning terecht was en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de vergunning voor het lozen van afvalwater op oppervlaktewater wordt ongegrond verklaard.