ECLI:NL:RVS:2005:AU6234
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bouwvergunning en handhaving dwangsombesluit voor garage/berging in Houten
Appellanten vroegen op 27 augustus 2002 een bouwvergunning aan voor het oprichten van een garage/berging op een perceel in Houten. Het college van burgemeester en wethouders weigerde deze vergunning op 26 januari 2004 omdat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan "Houten-Vinex" en het gemeentelijk beleid dat bijgebouwen groter dan 50 m² niet toestaat.
Appellanten stelden dat er sprake was van bijzondere omstandigheden en verwezen naar eerdere vergunningen en vergelijkbare gevallen, maar de Raad van State oordeelde dat deze argumenten onvoldoende waren om een vrijstelling te rechtvaardigen. De gewijzigde aanvraag van 9 juni 2004 werd niet meegenomen omdat deze wezenlijk verschilde van de oorspronkelijke aanvraag.
Verder bevestigde de Raad dat het college bevoegd was om handhavend op te treden en een last onder dwangsom op te leggen wegens het bouwen in afwijking van de verleende vergunning. Er waren geen bijzondere omstandigheden die handhaving onredelijk maakten. Ook de termijn van tien weken voor aanpassing van de bouw werd als redelijk beoordeeld.
De Raad verwierp de bezwaren van appellanten tegen de duidelijkheid en motivering van het dwangsombesluit en concludeerde dat het besluit rechtmatig en zorgvuldig was genomen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de bouwvergunning en handhaving van de last onder dwangsom wordt bevestigd.