ECLI:NL:RVS:2005:AU6226
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving zonder bouwvergunning overkapping in waardevol agrarisch gebied
Het college van burgemeester en wethouders van Hellendoorn heeft appellant een last onder dwangsom opgelegd voor het verwijderen van een zonder bouwvergunning gebouwde overkapping/opslagruimte die de vergunde bouwhoogte met één meter overschrijdt. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college en later door de rechtbank Almelo werd afgewezen.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat al gebruik was gemaakt van de vrijstellingsmogelijkheid uit het bestemmingsplan en dat er onjuiste gegevens waren gebruikt over het maximale bouwoppervlak en de aanwezigheid van een woning. De Raad van State oordeelde dat het beleid van het college om terughoudend te zijn met vrijstellingen niet onredelijk is en dat appellant geen omstandigheden had aangevoerd die vrijstelling zouden rechtvaardigen.
De Raad stelde vast dat er geen concreet uitzicht op legalisatie bestaat en dat er geen sprake is van een onevenredige belangenafweging die handhavend optreden zou verbieden. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de handhavingslast blijft van kracht.