ECLI:NL:RVS:2005:AU6214
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Kreveld
- Ch.W. Mouton
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning paardenhouderij wegens onvoldoende motivering stankhinder
Bij besluit van 12 april 2005 verleende het college van burgemeester en wethouders van Echt-Susteren deels een vergunning en deels weigerde deze voor een paardenhouderij annex fokkerij. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit vanwege onvoldoende behandeling van verkeersveiligheidsbedenkingen, het ontbreken van een hoorzitting en onvoldoende afstand voor stankhinder.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de verkeersveiligheidsbedenkingen niet relevant waren voor milieubescherming en dat appellant schriftelijk had afgezien van een gedachtenwisseling, zodat het beroep daarop niet slaagde. Echter, de motivering omtrent stankhinder was onvoldoende, omdat de vergunningverlening onterecht was gebaseerd op bestaande rechten en de vergelijking tussen stank van paarden en rundvee niet deugde.
De Afdeling stelde vast dat de afstand tussen de paardenstal en de dichtstbijzijnde woning slechts 15 meter bedroeg en dat de voorschriften onvoldoende waren om onaanvaardbare stankhinder te voorkomen. Daarom werd het besluit vernietigd en verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening voor de paardenhouderij wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent stankhinder.