ECLI:NL:RVS:2005:AU6211
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Boll
- H. Borstlap
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunningvoorschrift mestvergistingsinstallatie wegens strijd met zorgvuldigheidsbeginsel
Bij besluit van 17 december 2004 verleende het college van gedeputeerde staten van Fryslân een vergunning voor de uitbreiding van een melkrundveehouderij met een mestvergistingsinstallatie. Appellanten maakten hiertegen bezwaar en stelden onder meer dat bepaalde vergunningvoorschriften onduidelijk, niet controleerbaar of onrechtmatig waren.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk was voor enkele punten omdat appellanten deze niet als bedenking tegen het ontwerp hadden ingebracht. Voor andere punten, zoals de geluidvoorschriften, geurhinder en controle op afvalstoffen, werd geoordeeld dat verweerder zich in redelijkheid op zijn standpunt kon stellen en het beroep ongegrond was.
Echter, het voorschrift 8.1.2 werd abusievelijk in de vergunning opgenomen en is in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. Daarom werd dit voorschrift vernietigd. De Afdeling veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het beroep werd aldus deels gegrond en deels ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep is deels gegrond verklaard en het voorschrift 8.1.2 van de vergunning vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel.