ECLI:NL:RVS:2005:AU6201
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M.A.E. Planken
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing nadeelcompensatie wegens tijdelijke hinder aanleg HSL-Zuid
Het algemeen bestuur van het Schadevergoedingsschap HSL-Zuid en A4 wees op 8 oktober 2003 een verzoek van appellant om nadeelcompensatie af wegens tijdelijke hinder door de aanleg van de HSL-Zuid nabij zijn woning. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank Rotterdam, die het beroep ongegrond verklaarde omdat appellant de woning na de peildatum kocht en de hinder voorzienbaar was.
Appellant voerde aan dat de geluidnormen ter plaatse werden overschreden en dat de schade daardoor excessief was en buiten het normale maatschappelijke risico viel. De rechtbank oordeelde echter dat overschrijding van geluidnormen geen rechtmatig overheidshandelen is en daarom niet voor vergoeding in aanmerking komt op grond van de Verordening.
De Raad van State overwoog dat alleen schade voortvloeiend uit het onherroepelijke tracébesluit en rechtmatige uitvoeringshandelingen voor compensatie in aanmerking komt. De door appellant gestelde overschrijding van geluidnormen valt hier niet onder. Ook het beroep op artikel 3:4, tweede lid, Awb faalt omdat het verzoek terecht op grond van de Verordening is beoordeeld.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om nadeelcompensatie wordt bevestigd.