Uitspraak
200204703/1, BR 2003, p. 791), zijn de aan de ruimtelijke onderbouwing van een project te stellen eisen minder zwaar, naarmate de inbreuk van het bouwplan ten behoeve waarvan vrijstelling wordt verleend op de bestaande planologische situatie geringer is. Nu het bouwplan een wijziging behelst van het gebruik van het pand van kantoordoeleinden naar hoofdzakelijk volwassenenonderwijs en een interne verbouwing ter aanpassing van het pand aan dit gewijzigde gebruik, heeft de rechtbank terecht een slechts geringe inbreuk op het geldende planologische regime aan de orde geacht. Zij heeft evenzeer terecht overwogen dat de ruimtelijke onderbouwing voldoet aan de eisen die daaraan onder die omstandigheden dienen te worden gesteld en dat het dagelijks bestuur, met name blijkens de zienswijzenrapportage van 3 maart 2003, de betrokken belangen heeft afgewogen.