ECLI:NL:RVS:2005:AU5830
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E.M.H. Hirsch Ballin
- M.J. van der Zijpp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ontheffing stortverbod afvalstoffen Derde Merwedehaven
Bij besluit van 17 augustus 2005 verleende het bevoegd gezag aan Derde Merwedehaven B.V. een ontheffing voor het storten van 5000 ton afvalstoffen per week gedurende de periode van 1 september tot en met 31 december 2005. De Stichting Werkgroep Derde Merwedehaven maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht vervolgens om een voorlopige voorziening bij de Raad van State.
De Voorzitter behandelde het verzoek op 18 oktober 2005 en oordeelde dat verzoekster een rechtstreeks belang had bij het besluit op grond van haar statutaire doelstellingen. Verzoekster stelde dat het besluit niet voldeed aan de eisen van de Europese richtlijn 96/61/EG en het Besluit luchtkwaliteit 2005 en dat onterecht geen voorschriften waren opgenomen om te voorkomen dat organische afvalstoffen in compartiment 3 van de stortplaats werden gestort.
De Voorzitter overwoog dat de toetsing van het bestreden besluit zich beperkte tot het kader van het vergunningvoorschrift 1.11, dat betrekking heeft op doelmatig beheer van afvalstoffen. De aangevoerde milieubezwaren hadden betrekking op het onherroepelijke besluit van 2 april 2002 en waren daarom niet aan de orde in deze procedure. Ook het betoog over het compartiment was niet relevant, temeer daar Derde Merwedehaven B.V. verklaarde niet in compartiment 3 te zullen storten.
Gelet op het voorgaande en het ontbreken van aanwijzingen dat niet aan de criteria voor het verlenen van de ontheffing was voldaan, bestond geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek werd daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de ontheffing voor het storten van afvalstoffen bij Derde Merwedehaven wordt afgewezen.