ECLI:NL:RVS:2005:AU5392
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens verstrekking onjuiste personalia
Appellante verzocht om verlening van het Nederlanderschap, maar dit verzoek werd op 16 februari 2000 door de Staatssecretaris van Justitie afgewezen wegens het verstrekken van onjuiste personalia. De minister verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond en de rechtbank Rotterdam wees het beroep af. Appellante stelde dat zij niet frauduleus had gehandeld en dat haar juiste personalia door oorlogsgeweld verloren waren gegaan, waardoor zij niet in staat was deze te wijzigen in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA).
De Raad van State overwoog dat appellante bij haar naturalisatieverzoek de personalia van haar zuster had opgegeven en erkende dat deze niet haar eigen gegevens waren. De Raad stelde vast dat het verstrekken van onjuiste personalia een gegronde reden is voor afwijzing van het verzoek, ongeacht het feit dat de verblijfsvergunning niet was ingetrokken en dat de GBA-inschrijving niet was gewijzigd.
Verder werd benadrukt dat een Koninklijk Besluit tot verlening van het Nederlanderschap niet dient om de identiteit vast te stellen, maar slechts het Nederlanderschap verleent aan de daarin genoemde persoon. De Raad concludeerde dat er geen plaats is voor een belangenafweging in deze situatie en dat de motiveringsplicht van de minister niet is tekortgeschoten.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd wegens het verstrekken van onjuiste personalia.