ECLI:NL:RVS:2005:AU5375
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- M.H. Broodman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuursdwang voor verwijdering woonschepen uit Havenkanaal te Assen
Het college van burgemeester en wethouders van Assen heeft appellanten bij besluiten van 12 maart 2004 aangeschreven om hun woonschepen en andere schepen uit het afwateringskanaal van het Havenkanaal te verwijderen, onder aanzegging van bestuursdwang. Appellanten maakten bezwaar tegen deze besluiten, die door het college en vervolgens door de rechtbank Assen ongegrond werden verklaard.
Appellanten stelden dat zij hun ligplaats al hadden ingenomen voordat het verbod van kracht werd en voerden omstandigheden aan die handhaving zouden moeten verhinderen. De rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelden echter dat het innemen van ligplaats in het Havenkanaal in strijd was met de Algemene Plaatselijke Verordening en het uitvoeringsbesluit van het college, en dat het college bevoegd was bestuursdwang toe te passen.
De Raad van State overwoog dat het college in het algemeen verplicht is bestuursdwang toe te passen bij overtreding van een wettelijk voorschrift, tenzij bijzondere omstandigheden zoals uitzicht op legalisatie of disproportionaliteit van het handhavend optreden zich voordoen. Deze omstandigheden waren niet aanwezig. Ook de zorg voor pleegkinderen en de gestelde onveiligheid van de alternatieve ligplaats konden geen reden vormen om van bestuursdwang af te zien.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de bestuursdwangbesluiten van het college zijn bevestigd.